Osteopaat logo
Banner
Geschiedenis van de osteopathie

Osteopathie gaat terug op AT Still (1828-1917), een plattelandsarts geboren in het midwesten van de Verenigde Staten. Na de dood van drie van zijn kinderen, vermoedelijk door meningitis, waarvoor de toenmalige geneeskunde geen genezing kon brengen, ging hij op zoek naar een nieuwe vorm van geneeskunde. Hij keerde zich vooral tegen de zeer toxische geneesmiddelen en

ingrepen zoals aderlatingenmethodes die toen gebruikt werden. Hij werd sterk

beïnvloed door de ideeën van J. Wesley, de stichter van het methodisme. Wesley

benadrukte dat een geneeskunde voor de armen moest teruggrijpen op

natuurgeneeswijzen van ‘primitieve’ volkeren en dieren en verzette zich tegen alle

vormen van geneesmiddelen. Still zijn ideeën over het door God perfect geschapen

lichaam en het zelfhelend vermogen van de mens waren eveneens geïnspireerd op

Wesley. Hij nam verder manipulatie technieken over van een groep genezers,

bonesetters genaamd en bepaalde technieken gebruikt door Shawnee indianen 

 

Van de Oostenrijks arts FA Mesmer, nam hij dan weer het concept “magnetisme” over. Het

inzicht dat leidde tot het ontwikkelen van de principes van wat hij ‘osteopathie’ doopte

kwam, naar eigen zeggen, toen hij in 1874 een patiënt behandelde voor dysenterie door

middel van rugmanipulaties. Hij noemde zichzelf ook de ‘enlightened bonesetter’.

Still beschouwde dat afwijkingen in de wervelkolom een goede bloed- en lymfestroom

belemmeren, en de oorzaak van de meeste ziekten zijn. Dit wordt in de Osteopathie

‘law of the artery’ genoemd. Volgens dit principe, dienen de bloed- en lymfestromen

eerder als dragers van een ‘levenskracht’ gezien worden. Dit kadert in de opvatting

gangbaar in de achttiende en negentiende eeuw (ook in de toenmalige wetenschap) dat

alle levensvormen een speciale ‘vitale kracht’ bezitten die leven uniek maakt, ‘vitalisme’

genoemd. Die ideeën van Still stuitten op felle weerstand in geneeskundige middens

maar vonden wel veel weerklank bij de bevolking.

 

In 1892 richtte Still de eerste Amerikaanse school voor osteopathie op in Kirksville.

Daarna werden, doorheen de Verenigde Staten, steeds meer scholen opgericht.

 

In 1905 maakte het Flexner rapport, waarin de voorwaarden voor het medisch

onderwijs in de Verenigde Staten waren opgesteld (en wat ook aan de basis ligt van het

moderne geneeskundige onderwijs) een kritische evaluatie van het osteopatisch

onderwijs. Als gevolg hiervan werden hervormingen doorgevoerd in het osteopathisch

onderwijs, met onder meer een grotere nadruk op biomedische vakken zoals fysiologie

en scheikunde. Die hervormingen legden de basis voor een erkenning van de

osteopathie als een vorm van geneeskunde in de Verenigde Staten. Steeds meer gingen

osteopaten functioneren als een eerstelijnsarts, geïntegreerd in het

gezondheidszorgsysteem maar ondertussen ook een deel van de identiteit van de

osteopathie verloren.

 

 

De vraag naar de ware identiteit van de osteopathie en de relatie tot de wetenschap

vormt nog steeds het voorwerp van verhitte discussies. Dit vertaalt zich in verschillende

stromingen binnen de osteopathie:

WG Sutherland, een leerling van AT Still, ontwikkelde de craniale osteopathie. Bij deze

vorm van osteopathie wordt de nadruk gelegd op de beweeglijkheid van de

schedelbotten. Deze opvattingen worden echter niet algemeen aanvaard, zelfs niet

binnen de osteopathie.

 

John Martin Littlejohn, een Schotse arts die in 1892 naar de VS emigreerde en ook

doceerde in Still’s school speelde een belangrijke rol in de implementatie van osteopatie

binnen Europa toen hij terugkeerde naar het Verenigd Koninkrijk. Hij had een conflict

met Still over de ‘ware’ osteopathie, omdat hij, door de ontwikkeling van wetenschap

en geneeskunde, nieuwe elementen binnen de osteopathie wilde introduceren.  

 

Ontwikkeling in België

Osteopathie vond zijn ingang in België omstreeks 1970. Zoals in de rest van Europa,

bleef de osteopathie grotendeels buiten de reguliere geneeskunde. Verschillend van de

Verenigde Staten, waar osteopathie zich manifesteerde als een vorm van de

conventionele geneeskunde, ontwikkelde osteopathie zich bij ons met een grotere

nadruk op manipulaties.